Home

Net als alle dichtbevolkte gebieden in de rest van de wereld wordt Nederland ’s nachts steeds meer verlicht. Op maar weinig plaatsen is het nog echt donker – zo zijn bijna nergens ’s nachts de sterren nog goed zien.

Tot nog toe is er echter weinig bekend over de gevolgen van nachtelijk licht op onze flora en fauna. We weten bijvoorbeeld wel dat nachtvlinders worden aangetrokken door lantaarnlicht, en dat sommige soorten vleermuizen daar handig gebruik van maken. Maar is het daardoor zo dat soorten die dat niet doen minder te eten hebben? En hoe zit het met dieren die hun jaarlijkse activiteiten plannen aan de hand van de daglengte, zoals koolmezen die op het juiste moment moeten broeden? Als kunstlicht ’s nachts hun planning verstoort, zijn ze te vroeg of te laat voor de voorjaarspiek in prooidieren voor hun jongen.

Om meer te weten te komen over de gevolgen van kunstlicht in ons land is het project ‘Effecten van kunstlicht op flora en fauna in Nederland’ gestart. Op een aantal plekken in Nederland wordt natuur experimenteel verlicht, waarna heel precies wordt gekeken hoe planten- en diersoorten op het licht reageren. De effecten van licht op vogels en nachtvlinders worden daarnaast nog in detail bekeken in aparte studies.

Het project is gefinancierd door de Technologiestichting STW, en wordt wetenschappelijk geleid door het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en de Wageningen Universiteit (WUR). Van het bedrijfsleven zijn Philips en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) betrokken. De monitoring van flora en fauna wordt uitgevoerd door de Vlinderstichting, SOVON, de Zoogdiervereniging, FLORON, RAVON en het Vogeltrekstation. De terreinen waar het onderzoek plaatsvindt zijn van Defensie, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Het Drentse Landschap en de Gemeente Ede.

De kennis die in dit project zal worden opgedaan zal het ‘gereedschap’ worden om in de toekomst gericht natuurvriendelijker verlichting toe te kunnen passen, en verlichting te vermijden indien aanwezige soorten zeer gevoelig blijken te zijn.

Witte verlichting op een van de onderzoek sites. Aan het begin van het project is precies gekeken welke soorten aanwezig waren, en nu het licht 's nachts aan is houden we - onder andere- bij welke soorten verdwijnen en welke er bijkomen

Witte verlichting op een van de onderzoek sites. Aan het begin van het project is precies gekeken welke soorten aanwezig waren, en nu het licht ’s nachts aan is houden we – onder andere – bij welke soorten verdwijnen en welke er bijkomen (foto: NIOO-KNAW/Kamiel Spoelstra).

Het groene licht op een van onze onderzoek sites. Het licht is groen omdat er minder rood in het spectrum zit.

Het groene licht op een van de onderzoek sites. Het licht is groen omdat er minder rood in het spectrum zit (foto: NIOO-KNAW/Kamiel Spoelstra).

Rood licht op een van de onderzoek sites. Het licht is rood omdat er wat minder blauw in het spectrum aanwezig is

Rood licht op een van de onderzoek sites. Het licht is rood omdat er wat minder blauw in het spectrum aanwezig is (foto: NIOO-KNAW/Kamiel Spoelstra).

Ook op niet-verlichte sites met nep-lantaarnpalen houden we de daar voorkomende soorten bij. Alleen de aanwezigheid van palen kan al een effect hebben op het ecosysteem (foto: NIOO-KNAW/Kamiel Spoelstra).

Ook op niet-verlichte sites met nep-lantaarnpalen houden we de daar voorkomende soorten bij. Alleen de aanwezigheid van palen kan al een effect hebben op het ecosysteem (foto: NIOO-KNAW/Kamiel Spoelstra).